Week 6 Finisterre, einde van de aarde, einde van de Camino

Finisterre, einde van de aarde, einde van de Camino

Ik word wakker in de nacht, zoals elke nacht op deze pelgrimstocht. Totale stilte en donkerte om me heen. Ik weet niet waar ik ben, welke herberg, of waar ik morgen heen ga lopen. Ik hoor iemand zwaar ademen, tegen het snurken aan, rechts van mij. Ik ben niet meer bang, ook niet helemaal gerust. Ik ga met mijn hand langs de deken;  fijne katoen, niet het nylon van mijn slaapzak. Ik zal mezelf wel getrakteerd hebben op een pension maar wie is dan de persoon met wie ik de kamer deel? Ik moet naar de WC dus trek mijn benen op, draai instinctief naar links. Wanneer ik mijn voeten op het linoleum heb, de lichtgevende cijfers van de wekker in mijn zicht krijg en een kier licht onder het gordijn waarneem, herken ik de ruimte. Geruststelling komt. De persoon naast mij is niet zomaar een andere pelgrim, het is mijn vriend.  Ik ben thuis, heb de tocht volbracht. 940 kilometer onafgebroken te voet.

“Het lopen van de Camino is als het leven zelf”, werd mij geschreven, wordt onderling gezegd door de pelgrims op de Camino. Wanneer ik aankom op de berg voor Santiago hangen er wolken waaruit stuifregen neerdaalt op de pelgrimsstoet. Het befaamde uitzicht over de stad met de drie torens van de kathedraal is er simpelweg niet.  Ook het omschreven schitterende uitzicht over de Atlantische oceaan wanneer ik 3 dagen later Finisterre nader, de uiterste landtong van Europa waarvan oude Kelten dachten dat dat het einde van de wereld was, is verhuld door dikke natte mist. Als pelgrim heb ik ondertussen na 6 weken geleerd erom te lachen met mijn wandelmaat van dat moment en het te nemen zoals het is. We concluderen dat mist  heel mystiek is en dat het lijkt alsof we in een filmset rondlopen van ‘Lord of the rings’ of ‘In the name of the rose’ en dat we een gratis ochtenddouche krijgen. Toch realiseer ik me ondanks het gelach dat dit wel eens “the story of my life” kan zijn. Mist en geen zicht op mijn uiteindelijke bestemming, op mijn droom.

3 juli. Een dag voor mijn aankomst in Santiago de Compostella. Al een week of twee dwarrelt de vraag over de Camino tussen de pelgrims of de ander  door wil gaan naar Finisterre. Ik heb deze vraag steeds beantwoord met een ‘waarschijnlijk niet’.  Vandaag is als vanzelf de tijd rijp om het plan te veranderen en besluit ik zomaar om wel door te gaan. Een plan tijdens de Camino is meer een intentie. Een intentie waarvan afgeweken kan worden en waarvan de uitkomst altijd bevredigend zal zijn en zonder spijt. Waarom ook niet doorlopen?  Ik ben weer in goede conditie, ben toch al hier, heb mijn spullen al bij me, nog tijd over en mijn vriend opperde eerder al via Skype “Doe het nou maar wel anders krijg je later spijt en wil je volgend jaar weer weg”. Vlucht geboekt van Santiago naar Amsterdam voor 9 juli.

4 juli. Laatste 12 kilometer in vroege ochtendnevel lopen naar de stad Santiago, 94.000 inwoners. Ik had gezien in de pelgrimsfilm “the way” dat de personages van deze film totaal overdonderd de kathedraal binnen kwamen lopen, sommige zelfs op hun knieën om eerbied te betuigen, via de centrale stenen trap en dat ze hun hand neerlegden in een uitgesleten steen waar miljoenen andere pelgrims ook hun hand legde. Niets van dat alles. De kathedraal, lastig te vinden door gebrek aan gele pijlen en door een overdaad aan andere religieuze gebouwen, wordt opgeknapt. Eén van de torens staat in de steigers, de stenen trap is bovenaan afgesloten en alleen de zij-ingangen van de kathedraal zijn open. De uitgesleten steen is blijkbaar alleen voor de film vrijgegeven.  Door naar het bureau waar ik de oorkonde op kan halen, daarna makkelijk een kamer kunnen regelen voor de nacht, tas achtergelaten en naar de pelgrimsmis van twaalf uur.  De binnenkant van de kathedraal is overweldigend maar aan de andere kant verbaas ik me erover hoe religie, wat toch heel persoonlijk en intiem zou moeten zijn, in de loop der tijd gegroeid is tot een pompeus uiterlijk vertoon. De mis met 8 priesters en een zingende non staat onder toezicht van ontelbare stenen, vergulde, meer dan manshoge engelen, ridders en andere bijbelse figuren die zich aan de kop van het schip van de kathedraal bevinden. Goud, goud en nog eens goud. Het toppunt van de Santiago-gekte is een gigantische wederom gouden apostel Jakob die tijdens de mis continu geknuffeld wordt door een niet te stoppen stroom van mensen. Gelukkig waren er op de weg vlak voor Santiago ook teksten te lezen naast de gele pijlen John Lennon’s Imagine want dat lied drukt meer uit wat je als pelgrim meemaakt dan al dat bladgoud bij elkaar.

5 juli. Vroeg op om door te lopen naar mijn tweede eindpunt; Finisterre. Me ervan bewust dat tevreden zijn over een eindpunt meer inhoudt dan er louter en alleen aankomen. Het gros van de pelgrimsdrukte laat ik achter mij, slechts een kleine minderheid neemt de uitdaging Finisterre aan.

7 juli Ik breng de dag van mijn aankomst door met Janel, een stoere en elegante dame uit Amerika die ik eerder ontmoette op de Camino del Norte. Het is fijn om samen de laatste regens te trotseren voordat de zon weer voorzichtig tevoorschijn komt, Jakobsschelpen te verzamelen de laatste kilometer over het strand en te arriveren in het pittoresque Finisterre. We slaan proviant in en lopen tegen de avond de laatste kilometers naar het stenige uiteinde van het Europese continent. We zijn niet de enige daar maar de sfeer is gemoedelijk. We kijken hoe de zon verdwijnt in de zee, maken een cirkel van handen en nemen afscheid van onze reis.

Teruglopen in het pikkedonker langs de afgrond. Vooral kijken waar je heen wil. Het hoort er allemaal bij. Van pelgrim naar toerist in Finisterre. Na 6 weken kijk ik terug en voel me anders maar ook dezelfde. Ik weet beter wat ik wel en niet wil, zonder gehinderd te zijn door de sociale beleefdheden en conventies, geïnspireerd door andere pelgrims, situaties. Intuïtief besluiten, plan veranderen, geen spijt hebben. Samen, dan weer alleen, allebei is even waardevol. Bang durven zijn. Blijven gaan op de gekozen weg, niet twijfelen, doorlopen. In beweging blijven.

Nu ik thuis ben kan ik begrijpen dat pelgrims besluiten om een tweede, derde of vierde keer de Camino te doen, na Santiago een andere Camino zelfs in omgekeerde richting lopen om maar zo lang mogelijk onderweg te zijn. Nu ik weer onder de niet-pelgrim-mensen kom begrijp ik dat het moeilijk is om uit te leggen aan anderen hoe het was. Het is geen vakantie die in de koffiepauze samengevat kan worden in één uitdrukkelijk woord alhoewel ik dat voor het gemak wel zal gaan doen. Nu ik weer thuis ben begrijp ik dat er gezegd wordt dat de innerlijke Camino pas begint als je weer thuis bent. Ook die Camino loop ik deels alleen, deels samen.

Ik vond het fijn om mijn ervaringen te kunnen delen op deze blog. Het was als een soort uitademing tijdens de Camino Wie schrijft die blijft. Ik hoop dat je er blij van werd en dat je door het lezen van deze blog geïnspireerd bent geraakt om iets in beweging te zetten waar je van droomt. Om je innerlijke gele pijl te volgen.

 

Share with:


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *